18 mei.

Gisteren (zaterdag) zijn we vanaf de camping bij ‘Het Chateau’ naar Fez gegaan, een ritje van zestig kilometer. Rustig aan, we hadden alle tijd. In Ifrane hebben we een tussenstop gemaakt. Ifrane is een echte wintersportstad, met totaal andere bouw. Je waande je niet meer in Marokko. Huizen met pannengedekte puntdaken. Geen bruine huizen maar lichtgekleurde. We konden de camper vlakbij het centrum, naast de fontein en onder een boom bewaakt parkeren. Maar om echt de sfeer van de stad te beleven moet je er waarschijnlijk tijdens de sneeuwperiode zijn.

Vorig jaar hadden we in Fez op een camping gestaan dichtbij een stadion. De sanitaire voorzieningen waren niet optimaal en het water van het zwembad was gewoon vuil. Dan nu maar de andere camping geprobeerd en dat was een verschil van dag en nacht. De camping maakt deel uit van een vakantie- en recreatiecomplex. Dit hield in dat zich naast de camping een groot zwemparadijs bevond. Veel werd dit gebruikt door jeugd en dan voornamelijk door de ‘mannen’, vijfennegentig procent denken wij. Zij bewegen zich vrij in het water, springen en duiken en maken indruk. De enkele vrouwen of meisjes die zich in het bad vertoonden waren in het ondiepe deel te vinden. De mannen kunnen zwemmen, de vrouwen niet?

Zaterdagavond een afspraak gemaakt om met een gids de medina van Fez te bekijken. Vanmorgen werden we om klokslag negen uur, de afgesproken tijd, met een busje bij de campers opgehaald. Een groepje van acht personen, allemaal Nederlanders. De gids sprak Engels. Zijn verhalen vonden we af en toe een beetje gekleurd. Natuurlijk is hij trots op z’n vaderland. Maar soms vonden we het wel een beetje veel ‘eerste ter wereld in Marokko’ en ‘beste van de wereld’. Korreltje zout dan maar.

Fèz.

Eerst bracht hij ons naar een hoog uitzichtpunt met zicht op de stad en op de voorgrond een kerkhof.

Daarna naar een keramiekfabriek.

Pottenbakker

Handbeschilderd keramiek

Gevolgd door een bezoek aan een prachtige stadstuin.

De medina’s, er zijn meerdere, kun je onmogelijk op eigen houtje bezoeken. Als er al een plattegrond zou bestaan, dan nog ligt verdwalen slechts tien loopminuten verder. Natuurlijk kun je je met een taxi naar een medina laten brengen en dan maar gaan lopen en hopen dat je ziet wat je graag zou willen zien. Er is altijd wel ergens een uitgang waar je weer een taxi kunt oppikken om je weer naar de camping te laten brengen. Maar met een gids zie je in ieder geval de highlites, te veel om op te noemen. Het transport in de medina’s gebeurt met muilezels (’t is geen paard en geen ezel) en de welbekende duw/trek karretjes. De straatjes zijn nauw en druk. We liepen door straatjes waar je elkaar niet kon passeren of tegemoetkomen. De diverse ambachten zijn bij elkaar gegroepeerd.

Kopergraveur

Zo ook hebben ook vlees en vis hun eigen wijk.

De visbuurt

De kamelenslager

En een ander soort slager: de koperslager

Om twee uur zijn we naar een restaurant gebracht en laat dat nou precies hetzelfde zijn als vorig jaar. Andere gids, zelfde restaurant. Provisie? We denken het wel. Daarna als afsluiting nog de leerlooierij. De stank viel mee, het takje munt was niet echt nodig, vonden wij. Buiten stond de taxibus weer te wachten en om vijf uur waren we weer ‘thuis’. Een welbestede dag.

En natuurlijk, wachten bij de diverse weverijen en winkels

19 mei.

We hebben nog nooit zo goed bewaakt op een vrije camperplaats gestaan. Toen we gisteren vertrokken uit Fez om naar Meknes te gaan, hadden we in eerste instantie besloten om op de camperplaats tegenover de rotonde, naast de stadsmuur te gaan staan en overnachten, dit hadden we vorig jaar ook gedaan. Er is echter nog een camperplaats in de stad: schuin tegenover de ingang van de “Royal Golf”. Deze ingang maakt deel uit van de immense muur om het koninklijk paleis.

De best bewaakte camperplaats

En het paleis wordt heel goed bewaakt, ook de ingang van de golfbaan. Dag en nacht. Ik denk dat we ons geen veiliger plaats konden wensen. Maar onze navigatie maakt kennelijk geen verschil tussen een vierbaans weg en een weggetje waar je elkaar eigenlijk niet tegemoet kunt komen. Kort en goed, we zijn langs een deel van de muur gereden en moesten een haakse bocht om, die niet in één keer kon worden gemaakt. Het paste allemaal op de centimeter. Gelukkig is de snelheid op deze weggetjes ongeveer stapvoets.

Voordat we naar de medina gingen, zijn we naar het Mausoleum van Zaouia Moulay Idris geweest.

Mausoleum van Zaouia Moulay Idris

De medina van Meknes is veel overzichtelijker dan die van Fez. Wel veel kleine ‘straatjes’ met zijstraatjes, maar verdwalen doe je hier niet. Je bent hoogstens wat langer onderweg dan je had gepland. En weer heel veel handel. We blijven ons afvragen hoe en op welke termijn dat ooit eens een keer verkocht wordt. Al dolend kwamen we aan de buitenkant van de medina terecht. Hier zijn veel kleine bedrijfjes. Houtbewerking zagen we veel en ook metaalbewerking. ’s Avonds zijn we naar het plein gegaan, waar gaandeweg de handel op gang kwam. Heel veel schoenen en kleding. Maar als je wilde kon je er ook eten vanaf een ‘mobiel restaurant’. Wij zijn naar één van de permanente restaurantjes aan de zijkant gegaan, je werd er bijna naar binnen getrokken door het wervingspersoneel. Maar we aten voor de afwisseling een lekkere pizza. Al weer een dag voorbij, het gaat te snel.

En deze kleintjes wachtten geduldig tot er iets overbleef

20 mei.

We stonden op en zowaar, het spetterde een beetje. Dit hadden we in tijden niet meer meegemaakt. Maar hoe noordelijker we komen, hoe meer rekening we hiermee moeten houden.

Afwisselend ver- en wantrouwen we onze toch wel trouwe navigatiehulp. Maar gisteren en vandaag was het weer een beetje mis met hem (of haar): “na tweehonderd meter links afslaan” luidde de stem die ons vanaf onze riante overnachtingsplaats de stad weer uit moest loodsen. Nou, dat waren er honderd te veel en dat op een eenrichtingsweg met plaats voor één auto in de breedte. Achter ons hadden zich inmiddels al een aantal Marokkaanse auto’s gemeld. Afijn, heel rustigjes aan achteruit, de Marokkanen hadden al een heenkomen gezocht en we konden dan toch uiteindelijk links af. Dat avontuur was ook weer achter de rug.

We hadden voor de komende dagen al een beetje een indeling gemaakt. Vandaag zijn we naar Chefchouen gegaan. Deze stad staat o.a. bekend om haar blauwe aanblik. Het beste is dit te zien als je van verre op een parkeerplaats gaat staan en de hele stad kunt overzien.

Chefchauen, de blauwe stad

Maar ook tijdens deze rit liet Truus weer een steekje vallen, waardoor we niet alleen hoog door een dorp reden, maar ook nog eens tien kilometer over een weg waar soms maar asfalt voor wisselend het linker voor- en achterwiel dan wel het rechter koppel over was. Ook dit ging weer goed. En het verkeer laat zich soms, nee vaak, van een bijzondere kant zien.

En dit is nog niet eens heel erg hoog

Strobalen na de graanoogst en de altijd mooie landschappen

21 mei.

En de regen tikte op het camperdak. Vannacht heeft het gestormd, de camper stond te schudden op de wielen. De camping was blubberig. Het voorgenomen plan om de blauwe stad van dichtbij te bekijken ging voor de tweede keer niet door. Ook vorig jaar was het hier nat en kwamen we zelfs in de dikke regen aan. We besloten nu om dan maar in één keer door te rijden naar Tetouan. Omdat het regende was het dubbel opletten op de weg. Door het vele zanderige stof vermengd met regenwater was het glad. Het resultaat hiervan hebben we gezien. Twee personenauto’s op hun kant naast de weg. Te snel gereden, ingehaald? Wie zal het zeggen. Het deed ons besluiten om dan maar rustig achter twee zwaartransport vrachtwagens te blijven rijden. Maar dan wel gedurende vijftien kilometer. Wij hadden geen haast, veel Marokkanen wel.

In Tetouan is een grote parkeerplaats midden in de stad. Voor een langer verblijf kan hier ook worden overnacht. Tetouan is een grote stad, een wereldstad. We parkeerden maar moesten eerst wachten tot het stopte met regenen voordat we konden gaan lopen. Ook in de oude medina was het een beetje vochtig en dat is dan nog heel voorzichtig uitgedrukt. De handelaren aan weerskanten van de straatjes hadden zeildoeken en afdekplastic gespannen om de waren en het publiek droog te houden. Af en toe, als je niet oppaste, kon de inhoud van die afdekking je zo in één keer in je nek lopen. Het gebeurde ons gelukkig niet. Maar rustig lopen, kijken en (ver)dwalen was er niet bij. We hebben in de camper een broodje gegeten en zijn naar de camping in Martil gereden. Het is verrassend, maar ook wel logisch, hoeveel camperaars je aan het einde van de reis op dezelfde plaatsen weer tegenkomt. Deze camping is een plaats voor een eerste of een laatste overnachting voor Marokkoreizigers.

22 mei.

De camping ligt op ongeveer vijfhonderd meter vanaf zee. De Middellandse Zee wel te verstaan. Vanaf de camping fietsten we er in een paar minuten naar toe en kwamen uit in het midden van de lange boulevard, we schatten de lengte er van zeker op een kilometer.

De boulevard

Fietsend kom je toch net iets verder

Toen we om ons heen keken leek het alsof we alweer in Spanje waren. De badplaats doet heel on-Marokkaans aan. Het seizoen is ook duidelijk nog niet begonnen. De terrassen waren nog niet met toeristen bevolkt, alleen de immer aanwezige Marokkaanse mannen. Langs de hele boulevard ligt een zandstrand, ook dit was nog niet berekend op toeristen. Er restte nog enig opruim- en schoonmaakwerk. Parallel aan de boulevard maar dan verder landinwaarts straten en straatjes met winkeltjes.

De voorzieningen op de campings in Marokko zijn net zo divers als de campings zelf. Kranen met een schroefdraad voor de oranje/grijze koppelingen zijn we nauwelijks tegengekomen. Maar wel op meerdere plaatsen hele mooie koperen kranen.

Koperen tapkraan

Wij tankten trouwens altijd met de vijf liter jerrycan om de geringe chloortoevoeging te kunnen doseren.

Electra kwam op diverse manieren en kwaliteiten naar de camper. De spanningen varieerden van 180 Volt tot 256 Volt. Van alle stopcontacten was er maar één camping die het blauwe CEE stopcontact had. Maar omdat naar deze camping geen elektriciteitskabel liep, werd de stroom opgewekt met een generator. Het zou prettig geweest zijn als ons was verteld dat die generator ’s avonds om elf uur werd uitgeschakeld, hadden we de koelkast op gas kunnen overschakelen. Op de palmoase camping leek het alsof uit de palmen niet alleen palmolie kwam, maar ook palmboomstroom.

Palmboomstroom?

Op de camping bij de kloof was niet alleen een stopcontact, maar ook nog een reeds aangepelde bruine en een blauwe draad en zekeringautomaat. De spanning stond er al op, je hoefde slechts een stopcontact aan te sluiten. En dat op kinderhand-hoogte.

Zelf nog even een extra stopcontact meenemen/aansluiten

En in Essaouira stond er lekstroom op aarde. We ontdekten dit omdat ik daar de koelkast repareerde en Cor ‘prik’ op de metalen delen voelde. De geelgroene draad in onze eigen stekker (tijdelijk) losgekoppeld.

Stopcontacten met extra 'prik'

Tja

De groepenkast bij de garage van Hassan

Dit betonnen kolos rijd je niet zonder schade omver

Vuilwater konden we meestal in een daarvoor gemaakte put laten lopen. Behalve in Chefchauen, één van de duurdere campings. Daar moesten we het opvangen in de toilettank en dan naar de toiletstort brengen. Het zal tijd worden dat deze camping enige concurrentie krijgt en daardoor zichzelf uit de markt prijst.

Maar ach, dit lijkt allemaal kommer en kwel, maar het viel toch best wel mee hoor.

23 mei.

Vandaag was onze laatste volle dag in Marokko. Morgen willen we vroeg vanaf de camping vertrekken naar de haven in Tanger Mediterrane. We willen de boot van tien uur proberen te halen. Tijdens de weken die we hier verbleven gebruikten we de dongel met simkaart van Maroc Telecom. Een uiterst betaalbare manier om internet te gebruiken. Wij hadden deze dongel aangesloten op een WiFi router, waardoor we onze eigen hotspot creëerden en soms zelfs rijdend nog een bruikbare verbinding hadden. Straks in Spanje en Frankrijk zijn we weer afhankelijk van de openbare en camping WiFi´s. De berichtgeving op de website zal dan ook minimaal zijn. Wanneer we weer gezond en wel thuis zijn, zullen we dat zeker melden.

Vandaag was op de camping trouwens duidelijk te zien wie er terug gaan naar huis. Op diverse campers is de handtekening van Marokko te zien.

Schildering achter op een camper: rood Saharazand.

 Beetje scheef, helaas.

De campereigenaar was bloemenhandelaar en gaf aan er iets van de Keukenhof op te willen zien en een boom, verder kreeg de schilder de vrije hand